​Wat is een tenniselleboog?

Een tenniselleboog, ook wel epicondylitis lateralis humeri genoemd, veroorzaakt pijnklachten aan de buitenzijde van de elleboog en bij het aanspannen van de spieren die de pols omhoog bewegen: de pols-strekkers, ook wel extensoren van de onderarm genoemd. De klachten kunnen heel plots ontstaan, of een wat geleidelijker begin hebben en gaan in vrijwel alle gevallen vanzelf over. Soms is er een duidelijke relatie met de activiteiten op het werk, bijvoorbeeld het werken met de computer. Als deze relatie duidelijk is wordt de tenniselleboog een KANS-aandoening genoemd. De spiergroep die aangedaan is bij een tenniselleboog, is de groep van pols-strekkers de extensoren van de pols. Deze spiergroep loopt over twee gewrichten: de pols en de elleboog.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon en het lichamelijk onderzoek van de arts. In de meeste gevallen zal dit de huisarts zijn, omdat hij degene is die de patiënt met een tenniselleboog als eerste ziet. Hij baseert zijn diagnose op het aanwezig zijn van de volgende drie kenmerken:

  • Drukpijn ter plaatse van de aanhechting van de ‘common extensor tendon’ (gezamenlijke strekpees).
  • Verergering van de klachten bij het oprekken van de polsstrekkers.
  • Een positieve weerstandstest. Hierbij beweegt de patiënt de hand omhoog. Tegelijkertijd wordt dit tegengehouden door de arts. Indien de pijnklachten worden geprovoceerd, is de weerstandstest positief.

Komt een tenniselleboog veel voor?

Een tenniselleboog is een zeer veel voorkomende aandoening. Van de hele bevolking krijgt jaarlijks naar schatting ongeveer 1-3% last van een tenniselleboog. Dit komt neer op ongeveer 160.000-480.000 mensen per jaar. Niet al deze mensen zoeken hulp voor hun klachten. Desondanks ziet de huisarts heel vaak patiënten met een tenniselleboog: van elke 1000 patiënten die de huisarts ziet, kan deze de diagnose bij 4-7 van hen stellen. De klacht komt even vaak voor bij mannen en vrouwen. De klacht ontstaat in het merendeel tussen het 40e en 50e levensjaar. Soms is er een duidelijk oorzaak te vinden, vaak ook niet. Een tenniselleboog gaat in vrijwel alle gevallen vanzelf over. De duur van dit natuurlijk beloop kan echter aanzienlijk zijn. Schattingen over de gemiddelde duur variëren van negen maanden tot twee jaar. Nadien is ongeveer 90% van de patiënten van de klachten af. Hoewel dit natuurlijk beloop mild is, kan de aandoening toch zeer belemmerend en invaliderend zijn voor een betreffende patiënt. Om die reden is in de medische wereld druk gezocht naar behandelmethoden om de aandoening te genezen, het beloop te bekorten, of de klachten te doen afnemen.

Behandelmethoden

In de literatuur zijn vele behandelmethoden beschreven. De meest voorgeschreven en daarmee belangrijkste zijn:

  • Fysiotherapie
  • Braces
  • Injecties
  • Operatie

Voor meer informatie, klik hier.